B-brevet

De B-brevet eisen bestaan uit een theorie examen (antwoordblad B-brevet 2016) en een aantal praktijkeisen. De kosten voor het brevet staan vermeld in de prijslijst. Voor het theoretische examen dien je de leerdoelen voor het B-brevet te beheersen. De praktijkeisen zijn als volgt:

  1. Tien formatie instructie sprongen, waarvan tenminste 5 met minimaal 3 springers. Dit zijn sprongen waarbij een ervaren springer de beginnende springer leert om met meerdere mensen te springen. Het zwaartepunt ligt hierbij op het veilig springen met andere mensen in de buurt.
  2. Ten minste 50 vrije val sprongen.
  3. Ten minste 30 minuten vrije val tijd.
  4. Tien sprongen met een landing binnen 5 meter van het aangewezen landingspunt.
  5. Hebben voldaan aan de minimale vaardigheidseisen van één van de wedstrijddisciplines zoals omschreven in module 10.
  6. Eigen springuitrusting kunnen controleren op veiligheid voor het gebruik.
  7. Harnastest beheersen. 
  8. Tien sprongen, volledig te besteden aan canopy control. Dit zijn sprongen die je maakt om je parachute beter te leren beheersen en te vliegen, zodat je veilig en zacht kunt landen. De afdeling parachutespringen heeft een oefenprogramma canopy control ontwikkeld, welke je hier kunt downloaden. Mocht je behoefte hebben aan meer theoretische informatie, dan kun je de Belgische vertaling van het boek "The book of Canopy control" van Bryan Burke bekijken. 

De leerstof voor het B-brevet uit het handboek sportparachutist en het BVR en BR kun je via deze site downloaden.

Als je in het bezit bent van het B-brevet spring je onder eigen verantwoordelijkheid. Je bent niet meer verplicht om een geldige medische verklaring te hebben. Let op: dit kan in het buitenland nog wél vereist zijn. Daarnaast mag je op kleinere terreinen landen, waardoor je bijvoorbeeld vaker een demonstratiesprong mag maken. Ook mag je (onder voorwaarden) video beelden maken. Met het B-brevet kun je tevens beginnen met het behalen van de hulpinstructiebevoegdheid.